De algemene verschijning van de westie is een krachtige gebouwde, behendige hond met diepe borst en achterste billen en een rechte, sterke rug. Ook de voor- en achterhand zijn krachtig en gespierd, wat nodig is om met succes zijn werk te doen.
Het is een kleine, actieve, pittige, alerte hond met een behoorlijk gevoel van eigenwaarde.
De schedel is licht gewelfd, versmalt zich iets naar de oren en voelt glad aan.
Het hoofd is dicht bedekt met haar en vormt een rechte of bijna haakse hoek met de hals. De geleidelijk toelopende voorsnuit toont een duidelijke stop. De ogen zijn ver uiteen geplaatst, middelmatig groot en zo donker mogelijk.
Het sterke gebit met krachtige kaken heeft grote tanden en een regelmatig schaargebit. De tamelijk grote neus moet zwart zijn.
De stevige, rechtopstaande oren zijn klein en eindigen in een scherpe punt. De hals is gespierd en voldoende lang en behoort over te gaan in een fraaie, schuin naar achteren lopende schouder. Het naar voren geplaatste boeggewricht en de goed naar binnen staande ellebogen zorgen voor een vrije beweging van de voorbenen.
De krachtige gespierde achterhand heeft pezige, gespierde dijen. De sprongen, die goed onder het lichaam moeten staan, en de kniegewrichten zijn goed gebogen. Het geheel zorgt voor een krachtig gangwerk achter.

De kleur is over het geheel wit. De schouderhoogte is ong. 28 cm. De vacht is een dubbele vacht met hard, niet gekruld bovenhaar van ca. 5 cm en een zachte, dichte, bontachtige, korte ondervacht (onderwol). Een geregelde borstelbeurt zal het haar ten goede komen en van tijd tot tijd met grove kam doorkammen zal het eventuele klitten voorkomen.

De westie is een van de trimrassen en dient 3 a 4 keer per jaar getrimd te worden.
Niet alleen wordt hierdoor het dode, rijpe haar verwijderd, maar houdt hij ook zijn goed verzorgde uiterlijk. Vooral het showklaar toiletteren vereist een goede kijk op het ras en behoorlijke vaardigheid. Vooral een juiste opmaak v.h. hoofd is hierbij belangrijk.